In 2011 is A. Kanters uit Someren een dagvaardingsprocedure begonnen tegen de gemeente Someren en de provincie Noord-Brabant.

In deze procedure stelt Kanters zich op het standpunt dat de gemeente en de provincie een onrechtmatige daad jegens hem hebben gepleegd.

De gemeente zou onrechtmatig hebben gehandeld door ter plaatse van twee percelen van Kanters geen bouwblokken op te nemen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’, dat in 1999 is vastgesteld door de gemeenteraad.

De provincie zou onrechtmatig hebben gehandeld doordat gedeputeerde staten het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan tweemaal hebben goedgekeurd. Als gevolg hiervan stelde Kanters dat hij geen tuinbouwkassen voor de teelt van komkommers heeft kunnen oprichten op zijn percelen.

In de genoemde dagvaardingsprocedure vorderde hij dat de gemeente en de provincie zouden worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die hij daardoor heeft geleden.

Het geschil heeft geleid tot een aantal uitspraken van verschillende rechters. De Rechtbank ’s-Hertogenbosch, het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, de Hoge Raad, het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant hebben zich in de loop van de jaren allemaal over het geschil gebogen.

Naar aanleiding van de zitting bij de voorzieningenrechter zijn partijen met elkaar in overleg getreden over een minnelijke regeling van het geschil.

Partijen hebben een schikking weten te bereiken. Het geschil en de procedures zijn daarmee definitief van de baan. Over de aard en inhoud van de schikking hebben partijen afgesproken verder geen uitspraken te doen.


Trefwoorden: provincie gemeente someren a kanters
Geplaatst

vrijdag 19 juli 2019 | 08.50 uur

Laatst gewijzigd

vrijdag 19 juli 2019 | 09.56 uur

Auteur

Harrie van Horik


businessclub