De burgemeesters van de gemeenten Heeze-Leende, Someren, Asten en Bergeijk hebben gezamenlijk een brief gestuurd aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

In de brief vragen zij aandacht voor enkele belangrijke en nog onopgeloste knelpunten als gevolg van de hagelstorm die hun gemeenten op donderdag 23 juni trof.

In de brief schrijven de vier burgemeesters blij te zijn met de wijze waarop de Staatssecretaris van Economische Zaken aandacht geeft aan de enorme gevolgen van het noodweer door periodiek over de voortgang te rapporteren. Daarnaast erkennen zij dat er inmiddels op een aantal gebieden al besluiten zijn genomen binnen bestaande subsidieregelingen.

De brief is echter ook bedoeld om de Tweede Kamer te wijzen op enkele punten die, naar de mening van de burgemeesters, van belang zijn en nog niet naar alle tevredenheid zijn opgelost. In de brief beschrijven zij drie concrete situaties en de daarvoor gewenste maatregelen.

Aan het einde van de brief benadrukken de vier burgemeesters dat de inwoners en ondernemers in hun gemeenten de gevolgen van de rampzalige gebeurtenissen in het hier en nu ervaren. De werkzaamheden van de landelijke werkgroep zijn in de ogen van de burgemeesters vooral gericht op het nemen van maatregelen voor de toekomst. Ze erkennen het belang van de lange termijn, maar doen een klemmend beroep op de Tweede Kamer om er bij het kabinet op aan te dringen met de nodige concrete maatregelen aandacht te hebben voor de gevolgen van de hagelstorm.

De complete tekst van de brief:

Geachte voorzitter,

Op donderdag 23 juni jl. is onze regio getroffen door een ongekend noodweer,
gepaard gaande met storm en een ijsregen. In de weken daarvoor heeft onze regio
ook al te kampen gehad met intensieve regenbuien en wateroverlast. Dit alles heeft
rampzalige gevolgen gehad voor niet alleen de agrarische sector maar eveneens
voor veel andere bedrijven en burgerwoningen.
Direct na dit in onze ogen catastrofaal noodweer is in een gezamenlijk initiatief van
diverse betrokken instanties (waaronder de Provincies van Noord-Brabant en
Limburg, de getroffen gemeenten, werkgeversorganisaties, waterschappen en het
Land- en tuinbouwverbond LLTB en ZLTO) het initiatief genomen om uw Tweede
Kamer middels een petitie te vragen er bij het Kabinet op aan te dringen aan onze
regio de Wts status toe te kennen.
Tot onze teleurstelling heeft de Kamer hiertoe niet besloten. Wel is bij motie het
Kabinet opgeroepen om in overleg met de getroffen regio’s te bezien of en op welke
wijze binnen de bestaande wet- en regelgeving gedupeerden in deze regio tegemoet
gekomen kan worden. Onder meer is daarbij gedacht aan het flexibel toepassen van
bestaande regels en administratieve voorschriften. Daarnaast zou gekeken kunnen
worden naar het op een slimme manier koppelen en/of stapelen van bestaande
subsidieregelingen. Daartoe is een interdepartementale ambtelijke werkgroep in het
leven geroepen met daarin landelijke (banken, verzekeraars) en regionale
(Provincies, gemeenten, waterschappen, LTO afdelingen) vertegenwoordigers. De
Staatssecretaris van Economische Zaken is opgeroepen om periodiek over de
voortgang te rapporteren.

Inmiddels heeft de Staatssecretaris bij brieven van 29 juli 2016 en 1 september
2016 hieraan gevolg gegeven. Uiteraard zijn wij erkentelijk voor het feit dat de
Staatssecretaris op deze wijze aandacht geeft aan de enorme gevolgen die het
noodweer voor onze regio heeft gehad en nog heeft. Daarnaast erkennen wij dat er
inmiddels al op een aantal gebieden besluiten zijn genomen. Wij verwijzen daarbij
naar de informatie van de Staatssecretaris in zijn voornoemde brieven.
Wij willen als verantwoordelijk burgemeesters in Zuidoost-Brabant naast alle
informatie die u al bereikt en bereikt heeft, uw Kamer wijzen op enkele punten die
naar onze mening van belang zijn en nog niet naar alle tevredenheid zijn opgelost.
In de agrarische en tuinbouwsector hebben veel bedrijven schade opgelopen die
vérstrekkende gevolgen kunnen hebben. Voor sommige eigenaren is het
voortbestaan van hun bedrijf onzeker. Bij een aantal bedrijven is sprake van een te
wankele basis voor normale bankfinanciering van herstelfinancieringen en
werkkapitaal. In dit soort gevallen zullen de banken doorverwijzen naar de
gemeenten. Toepassing van de BBZ zal dan een laatste mogelijkheid zijn om het
bedrijf als inkomstenbron te handhaven. Het huidige rentepercentage voor een BBZ
lening (8%) is in onze ogen voor ondernemers een obstakel om van deze regeling
gebruik te maken. Dit is overigens ook (onder andere door de banken) in de
landelijke werkgroep geconstateerd. Door VNG en SZW wordt dit knelpunt
meegenomen in hun overleg over vernieuwing van de BBZ. De getroffen
ondernemers in onze regio hebben daar op dit moment niets aan. Wij vragen met
klem om vooruitlopend op een mogelijke aanpassing van de BBZ, het Kabinet te
verzoeken zo spoedig mogelijk een oplossing aan te reiken voor dit knelpunt.
In zijn brief van 1 september aan de Kamer geeft de Staatssecretaris van EZ aan,
dat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu bij brief van 24 augustus aan de
Kamer heeft aangegeven het subsidieplafond van de landelijke regeling voor
sanering van asbestdaken voor 2016 te verruimen van € 10 miljoen naar € 15
miljoen. Een concrete maatregel die voor 2016 ruimte zal kunnen bieden in de
financiering van asbestdaken. Wij zijn daar erkentelijk voor. Echter, gelet op de
enorme omvang van de schade aan asbestdaken in onze regio, is deze ophoging
onvoldoende om aan alle kosten die het herstel met zich mee zal brengen tegemoet
te komen. Wij vragen u concreet om extra middelen in het kader van deze regeling
beschikbaar te stellen.
In zijn brief van 1 september geeft de Staatssecretaris aan dat op dit moment al
gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden voor arbeidstijdverkorting. Een
belangrijk deel van de ingekomen aanvragen is, zoals de Staatssecretaris aangeeft,
ook toegekend. Echter, de signalen die ons bereiken uit de kring van agrarische
ondernemers, geven aan dat bedrijven moeite hebben met de voorgeschreven
herstelperiode van 24 weken (met verlengingsmogelijkheid van 6 weken). De
Staatssecretaris biedt de mogelijkheid, om door middel van concrete gevallen aan te
geven waarom niet aan deze randvoorwaarde voldaan kan worden.
Uiteraard zijn wij blij dat er bereidheid is om coulance toe te passen, maar wij
vinden dat deze toezegging onvoldoende recht doet aan de situatie waarin veel
ondernemers zich bevinden. Het is nu al duidelijk dat de administratieve procedures
waarmee ondernemers te maken krijgen, alsmede het herstel van de schade zelf
veel tijd in beslag zal nemen. Wij wijzen op de afwikkeling van de
verzekeringskwesties, de financiering van het herstel van schade, het zo nodig
verwijderen van asbest op de daken en in de mest. Om deze ondernemers tegemoet
te komen menen wij dat een algemene vrijstelling van de huidige herstelperiode op
zijn plaats is. Wij roepen uw Kamer op het kabinet van deze noodzaak te
overtuigen.
De schade van het noodweer van juni in onze regio is catastrofaal te noemen. Onze
regio wordt, bijna drie maanden na dato, nog iedere dag met de gevolgen ervan
geconfronteerd. Wij zijn erkentelijk voor de stappen die inmiddels zijn genomen,
maar wij hebben niet de indruk dat de daadwerkelijke omvang van deze catastrofe
in voldoende mate bij de verantwoordelijke bewindslieden is doorgedrongen.
Zo zijn de werkzaamheden van de landelijke werkgroep in onze ogen vooral gericht
op het nemen van maatregelen voor de toekomst (mogelijk aanpassen van regels
en beleid). Uiteraard van belang en wij hopen dat de situatie die zich hier heeft
voorgedaan ook “lessons learned” opleveren. Maar onze burgers en ondernemers
merken de gevolgen van deze rampzalige gebeurtenis in het hier en nu. Wij doen
een klemmend beroep op uw Kamer om er bij het Kabinet op aan te dringen daar
met de nodige concrete maatregelen aandacht voor te hebben.


Trefwoorden: hagelstorm
Geplaatst

maandag 12 september 2016 | 15.37 uur

Laatst gewijzigd

donderdag 15 september 2016 | 19.49 uur

Auteur

Harrie van Horik


businessclub