Ruim 3% meer bijstandsontvangers in 2020

Eind december hadden in ons land 429.000 personen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering.

Dit zijn er ruim 14.000, oftewel ruim 3%, meer dan een jaar eerder.

Het is voor het eerst sinds 2016 dat het aantal bijstandsontvangers in een jaar per saldo is toegenomen.

Onder jongeren tot 27 jaar was de toename relatief het sterkst.

Dit meldt het CBS op grond van nieuwe cijfers.

Bijstandsgerelateerde uitkeringen, zoals die op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), die in maart 2020 is gestart vanwege de coronacrisis, zijn niet meegeteld.

Na een afname in 2008 nam het aantal bijstandsontvangers in de periode 2009-2016 jaarlijks toe, in totaal met ruim 160.000 personen. Tussen eind 2016 en eind 2019 was er elk jaar een daling, waardoor er eind 2019 bijna 50.000 bijstandsontvangers minder waren dan drie jaar eerder. In 2020 was er weer een toename. In het eerste kwartaal hadden minder mensen bijstand dan een jaar eerder. In de drie kwartalen daarna waren dit er elk kwartaal meer.

 

Onder jongeren tot 27 jaar was de toename in 2020 naar verhouding het sterkst. Eind december telde deze leeftijdsgroep bijna 12% meer bijstandsontvangers dan een jaar eerder. Dit zijn ruim 4.000 personen. Zowel onder de 27- tot 45-jarigen als 45-plussers was de relatieve stijging ten opzichte van een jaar eerder minder sterk. Bij de 27- tot 45-jarigen kwam deze uit op iets meer dan 4%, bij de 45-plussers op bijna 2%. In aantallen ging het om respectievelijk ruim 6.000 en bijna 4.000 bijstandsgerechtigden.

 

In 2020 is het aantal bijstandsontvangers met een migratieachtergrond naar verhouding meer toegenomen dan het aantal bijstandsontvangers met een Nederlandse achtergrond. Zowel onder personen met een westerse als met een niet-westerse migratieachtergrond was het aantal bijstandsgerechtigden eind december ruim 4% hoger dan een jaar eerder. Absoluut ging het om respectievelijk bijna 2.000 en bijna 9.000 personen. Onder de bijstandsgerechtigden met een Nederlandse achtergrond kwam de toename ten opzichte van een jaar eerder op ruim 2% uit, oftewel 4.000 personen.

Het verschil tussen de bijstandsinstroom en -uitstroom van personen tot de AOW-leeftijd bepaalt grotendeels de verandering in de stand van het aantal bijstandsontvangers. De uitstroom vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd is hierbij niet meegeteld. De meest recente stroomcijfers betreffen het derde kwartaal van 2020. Het aantal personen dat de bijstand verliet was het kleinst in het tweede kwartaal en bedroeg minder dan 17.000. Dit is ook de laagste uitstroom sinds het eerste kwartaal van 2008, het eerste kwartaal waarover vergelijkbare cijfers over de uitstroom beschikbaar zijn. De instroom in het tweede kwartaal bedroeg ruim 27.000. Het derde kwartaal was de enige periode dat meer personen de bijstand verlieten dan erin terecht kwamen: bijna 28.000 versus ruim 24.000. De uitstroom in het derde kwartaal is doorgaans hoger dan in de andere kwartalen van een jaar. Indien de eerste drie kwartalen van 2020 met elkaar verrekend worden, kwamen uiteindelijk meer personen in de bijstand terecht dan eruit stroomden. Het ging om respectievelijk 81.000 versus bijna 65.000.