Lezing over flora en fauna op natuurbegraafplaats Schoorsveld

De bekende natuurbegraafplaats Schoorsveld in Heeze kenmerkt zich door een bijzonder rijke fauna waar eerst sprake was van een naaldhoutbos.

Het gebied is op verzoek van de begraafplaats recent geïnventariseerd en o.a. aan de hand van foto’s geeft Ad brouwers hierover een lezing op donderdag 30 maart in IVN-gebouw De Stulp, Ostaderweg 30 in Asten.

Aanvang 20.00 uur.

De entree is gratis, consumptie € 1.

Op verzoek van Schoorsveld is gevraagd om te kijken of leden van de KNNV afdeling Eindhoven een insecteninventarisatie kunnen uitvoeren, aanvullend op de zes jaarlijkse standaardmonitoring van SNL-soorten bestaande uit dagvlinders, libellen en sprinkhanen e.a. aangevuld met bosmierennesten, uitgevoerd door ecologisch advies bureau STARO.

Het Schoorsveld is betrekkelijk kort geleden ingericht als natuurbegraafplaats. Voor 2016 bestond het gebied overwegend uit een generatie naaldbos op een voormalige heideontginning.

Bij de inrichting van de Natuurbegraafplaats is een deel van het productiebos verwijderd en is de open ruimte ingericht met het herstellen van enkele voormalige vennen waarbij het vrijgekomen zand is gebruikt voor het ophogen van de open terreindelen.

Het uit de vennen vrijgekomen zand kent geen sporen van uitloging van mineralen zoals dit bij veel omliggende heideterreinen het geval is.

Het Schoorsveld heeft dan ook een gezonde voedingsbodem voor veel aan zand gebonden flora. Naast dop- en struikheide zijn dit vele soorten kruiden van de zandgronden.

Een deel van de kruidenrijke flora die momenteel op het Schoorsveld aanwezig is, komt van door de beheerder aangevoerde zadenmengsels.

Een ander deel, meest bestaande uit composieten is waarschijnlijk komen aanwaaien.

Wat opvalt is dat de begroeiing van de graven van graf tot graf verschilt. Dit heeft zeker te maken met de ontwikkeling die de flora doormaakt na het sluiten van een graf. In tijd en ruimte maakt elk graf zijn eigen ontwikkeling door. Je ziet dan ook een duidelijke ontwikkeling tussen recente graven en de al wat oudere.

Dit vertaalt zich ook in de bijen- en wespensoorten die gevonden zijn. De laatstgenoemde groep krijgt deze avond de meeste aandacht. Daarnaast zijn grote delen van het open gebied nog niet of hooguit spaarzaam begroeid. Dit is mede te danken aan de vorm van maaibeheer. Hierdoor is er veel ruimte voor graafbijen, graafwespen en andere bodem bewonende insectensoorten die afhankelijke zijn van open pioniersvegetaties.