Nieuwe poging meetstation fijnstof in Lierop

Na meerdere vergeefse pogingen om te onderzoeken hoe het met de luchtkwaliteit in Lierop gesteld is, gaat Dorpscoöperatie Lierop Leeft, samen met de gemeente Someren, nogmaals proberen om in Lierop een mobiel meetstation te plaatsen.

Volgens de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is de omgeving van het 3-Slotenveldje een geschikte locatie.

Dit punt is omgeven met een aantal belangrijke bronnen van uitstoot fijnstof. Denk daarbij aan de A67, de N266, een mestvergister, varkensbedrijf, kippenbedrijf, industrie in Helmond met een voederbedrijf, varkensslachterij en composteringsbedrijf en anderen.

Schone lucht is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving. Metingen kunnen bijdragen aan het beoordelen van de luchtkwaliteit.

De verwachting is dat er nogal wat fijnstof over Lierop heen valt. Om te kijken of en wat je hiertegen zou kunnen doen is het belangrijk om de feiten te kennen. Meten is weten.

Een rapportage van het regionale meetnet laat zien dat fijnstof voor ca 65-70% van buiten de regio komt; binnen de regio wordt 30-35% toegevoegd. De rapportage komt binnenkort beschikbaar.

Kenmerken fijnstof:

  • Fijnstof kent grotere deeltjes (PM10) en die worden veelal in de bovenste luchtwegen afgevangen/uitgesnoten/geniest. De kleinere deeltjes (PM 2,5) dringen door tot in de longen (kunnen vaak worden uitgehoest). De ultrafijne deeltjes (roet; PM<0,1) dringen door via het longvlies in het bloed. Die hopen zich daar op.
  • Wegverkeer is de belangrijkste bron van uitstoot van NO2 (stikstofdioxide), gevolgd door industrie, landbouw, vliegverkeer, mobiele werktuigen en scheepvaart. De belangrijkste bronnen van PM10 zijn landbouw, industrie, houtstook en wegverkeer. De belangrijkste bron van PM 2,5 uitstoot is houtstook, gevolgd door industrie en wegverkeer. Het is belangrijk om te vermelden dat secundair gevormd fijnstof niet meegenomen kan worden in de bronbijdragen, terwijl landbouw via secundair fijnstof wel een belangrijke bijdrage levert aan PM 2,5. Vliegverkeer en wegverkeer dragen ook significant bij aan ultrafijnstof (PM 0.1).
  • In het stedelijk gebied van Zuidoost-Brabant is het aandeel ultrafijnstof/roetfijnstof hoger dan in de rest van de regio; bronnen m.n. auto’s, vrachtverkeer. In het landelijk gebied is het aandeel PM 10 hoger; bronnen veehouderijen/agrarische bedrijvigheid.