Ruim 20.000 mensen overleden aan COVID-19 in 2020

Ruim 20.000 mensen overleden aan COVID-19 in 2020

In december 2020 stierven er 3.904 mensen aan COVID-19, de ziekte veroorzaakt door het nieuwe coronavirus.

Het totaal aantal coronadoden in 2020 komt daarmee volgens de voorlopige cijfers op 20.030. Van hen overleden 17.357 mensen aan vastgestelde COVID-19 en 2.673 aan vermoedelijke COVID-19.

Bijna 6 op de 10 van de in 2020 aan COVID-19 overledenen waren mensen die Wlz-zorg kregen. Dit blijkt uit voorlopige cijfers over doodsoorzaken die het CBS vandaag publiceert.

Het CBS publiceert wekelijks over het aantal overledenen, gebaseerd op sterfteberichten die het CBS dagelijks binnenkrijgt van gemeenten. Die sterfteberichten bevatten geen informatie over de doodsoorzaken. De cijfers over doodsoorzaken zijn gebaseerd op de doodsoorzaakverklaringen van een arts. Het CBS ontvangt deze verklaringen via de gemeente waar iemand is overleden. De cijfers die vandaag worden gepresenteerd zijn gebaseerd op 97,8% van alle doodsoorzakenverklaringen in 2020.

In december 2020 overleden 2.297 gebruikers van zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) aan COVID-19, 538 meer dan in november. Met 33% was COVID-19 ook in december een van de belangrijkste doodsoorzaken van overledenen met Wlz-zorg. In de overige bevolking was dit 16%. Van alle in 2020 aan vermoedelijke of vastgestelde COVID-19 overledenen ontving 58% zorg vanuit de Wlz, zoals zorg in een verpleeghuis.

In de tweede COVID-19 golf in 2020, in de weken 39 tot en met 53 (21 september 2020 tot en met 3 januari 2021) overleden 7.600 meer mensen dan verwacht. In dezelfde periode stierven 9.924 mensen aan het nieuwe coronavirus. Ook in de tweede golf werd de oversterfte volledig verklaard door de sterfte aan COVID-19, net als in de eerste golf van de pandemie.

Op basis van GGD-meldingen rapporteerde het RIVM in de tweede golf in 2020 (week 39 tot en met week 53, 21 september 2020 tot en met 3 januari 2021) 5.814 mensen die overleden aan COVID-19. Het CBS registreerde in dezelfde periode op basis van doodsoorzaakverklaringen 9.593 mensen die overleden aan vastgestelde COVID-19. Tevens zijn er 331 overledenen met vermoedelijke COVID-19 als de onderliggende doodsoorzaak. Bij elkaar zijn dat 9.924 COVID-overlijdens.

Dat de cijfers van het CBS en het RIVM verschillen heeft meerdere mogelijke oorzaken. Ten eerste, er kunnen overledenen zijn bij wie de arts op basis van het klinisch beeld COVID-19 aangaf als doodsoorzaak, zonder dat dit door een laboratoriumtest is bevestigd. Die overledenen ontbreken dan in de RIVM-cijfers. Ten tweede, overledenen bij wie COVID-19 was vastgesteld (ook met een positieve laboratoriumtest) zijn mogelijk niet (direct) gemeld bij de GGD (ook omdat er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19), daardoor ontbreken deze in de cijfers van het RIVM. De gemelde COVID-19-sterfte in RIVM-rapportages over eerdere periodes kan nog regelmatig veranderen door nagekomen meldingen. Het CBS actualiseert de cijfers over doodsoorzaken als de nog ontbrekende verklaringen ook verwerkt zijn.