Sterfte in week 19 licht gedaald

In week 19 (10 tot en met 16 mei) overleden naar schatting 2.950 mensen. 

Dat zijn ongeveer 100 sterfgevallen meer dan verwacht voor deze periode en iets minder sterfgevallen dan in de week ervoor (2.974).

Er overleden vooral meer mensen jonger dan 80 jaar. De sterfte onder Wlz-zorggebruikers is lager dan verwacht. Dat meldt het CBS op basis van de voorlopige sterftecijfers per week. sterfte verschijnt op 4 juni.

Van week 39 van 2020 tot en met week 6 van 2021 was de wekelijkse sterfte hoger dan verwacht. Tot aan week 3 was er oversterfte. In de weken erna was er geen oversterfte en schommelde de sterfte rond de verwachte aantallen voor die periode. De schatting in week 19 ligt ongeveer 100 sterfgevallen boven de verwachting.

Het RIVM registreerde 69 overleden COVID-19-patiënten in week 19 (stand 18 mei).

Sterfte bij Wlz-zorggebruikers lager dan verwacht

De sterfte bij mensen, die zorg ontvingen in het kader van de Wet langdurige zorg, is op basis van de schatting afgenomen in week 19. Sinds week 8 ligt de sterfte steeds onder de verwachte sterfte. De sterfte onder de overige bevolking nam iets af in week 19 en ligt ongeveer 150 boven het verwachte niveau. Sinds week 14 is er sprake van oversterfte in de overige bevolking. Er overleden in week 19 bijna 1.000

Sterfte onder 65- tot 80-jarigen gedaald

De sterfte onder mensen van 65 tot 80 jaar liet vanaf week 9 een stijgende trend zien, in week 17 begon een daling. Vanaf week 13 was er oversterfte in deze leeftijdsgroep. Op basis van de schatting is er in week 19 geen sprake meer van oversterfte, maar de sterfte onder 65 tot 80-jarigen ligt nog wel iets hoger dan verwacht. Er overleden ruim 900 mensen van 65 tot 80 jaar in die week.

Onder mensen jonger dan 65 jaar is er in week 19 oversterfte, net als in eerdere weken het geval was. Er overleden ruim 450 mensen jonger dan 65 jaar, bijna 100 meer dan verwacht.

De sterfte onder mensen van 80 jaar en ouder is net iets lager dan de verwachte sterfte in week 19. Er overleden naar schatting ruim 1.550 mensen van 80 jaar of ouder. Sinds week 6 ligt de sterfte in deze leeftijdsgroep onder de verwachte sterfte.

Sterfte aan COVID-19 tot en met januari bekend

De cijfers over de (over)sterfte zijn gebaseerd op de dagelijkse berichten over het aantal overledenen die het CBS dagelijks ontvangt. Deze berichten bevatten geen informatie over de doodsoorzaak. Deze informatie ontvangt het CBS later via een doodsoorzakenverklaring. Voor alle overledenen tot en met januari 2021 is de doodsoorzaak bekend. Volgens deze cijfers overleden 24.484 mensen aan COVID-19 van maart 2020 tot en met januari 2021, zoals het CBS op 4 mei publiceerde. De oversterfte in de eerste coronagolf en de eerste negentien weken van de tweede golf wordt volledig veroorzaakt door sterfte aan het nieuwe coronavirus.

Informatiebronnen RIVM

Het RIVM heeft tot nu toe 17.472 overleden COVID-19-patiënten geregistreerd, waarvan 14.336 tot en met januari 2021 (stand 18 mei 2021). Het RIVM ontvangt dagelijks meldingen van overleden COVID-19-patiënten vanuit de GGD’s. Omdat mogelijk niet alle mensen met COVID-19 zich laten testen, er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19 en de registratie soms wat langer duurt, zullen de werkelijke aantallen overleden COVID-19 patiënten in Nederland waarschijnlijk hoger zijn.