Sterfte in week 24 ongeveer gelijk gebleven

In week 24 (14 tot en met 20 juni) overleden in ons land naar schatting iets meer dan 2.850 mensen. Dat zijn bijna 100 sterfgevallen meer dan verwacht voor deze periode en ongeveer evenveel als in de week ervoor (2.838). 

In de leeftijdsgroep 65 tot 80 jaar was net als de twee weken ervoor oversterfte. Dat meldt het CBS .

Van half september (week 39) tot en met half februari (week 6) was de wekelijkse sterfte hoger dan verwacht. Tot half januari (week 3) was er oversterfte.

In de weken erna was er geen oversterfte en schommelde de sterfte rond de verwachte aantallen voor die periode.

In de laatste week van april (week 17) was er kort sprake van oversterfte, maar daarna nam de sterfte verder af.

In de eerste week van juni (week 22) was er opnieuw oversterfte, in week 23 niet. De schatting in week 24 ligt bijna 100 sterfgevallen boven de verwachting.

Het RIVM registreerde 8 overleden COVID-19-patiënten in week 24 (stand 22 juni).

Sterfte bij Wlz-zorggebruikers iets toegenomen

De sterfte bij mensen, die zorg ontvingen in het kader van de Wet langdurige zorg, nam op basis van de schatting iets toe in week 24. Sinds de laatste week van februari (week 8) lag de sterfte in deze groep steeds onder de verwachte sterfte, behalve in week 22.

De sterfte onder de overige bevolking nam op basis van de schatting verder af in week 24. Vanaf de eerste week van april (week 14) tot aan week 20 en in week 22 was er oversterfte in de overige bevolking.

Er overleden in week 24 ruim 1.050 Wlz-zorggebruikers, zoals bewoners van verpleeghuizen en gehandicaptenzorginstellingen.

In de overige bevolking overleden iets minder dan 1.800 mensen.

Sterfte in alle leeftijdsgroepen ongeveer gelijk gebleven

De sterfte in week 24 bleef ongeveer gelijk in alle leeftijdsgroepen. De sterfte onder mensen van 80 jaar en ouder is net iets hoger dan de verwachte sterfte in week 24. Er overleden naar schatting iets minder dan 1.550 mensen van 80 jaar of ouder.

Onder 65- tot 80-jarigen was oversterfte in week 24, net als in de twee weken ervoor. Er overleden ruim 900 mensen van 65 tot 80 jaar.

 Er overleden iets minder dan 400 mensen jonger dan 65 jaar.

Sterfte aan COVID-19 tot en met februari bekend

De cijfers over de (over)sterfte zijn gebaseerd op de dagelijkse berichten over het aantal overledenen die het CBS dagelijks ontvangt. Deze berichten bevatten geen informatie over de doodsoorzaak. Die informatie ontvangt het CBS later via een doodsoorzakenverklaring.

Voor alle overledenen tot en met februari 2021 is de doodsoorzaak bekend. Volgens deze cijfers overleden 27.056 mensen aan COVID-19 van maart 2020 tot en met februari 2021.

De oversterfte in de eerste coronagolf en de eerste negentien weken van de tweede golf wordt volledig veroorzaakt door sterfte aan het nieuwe coronavirus.

Het RIVM heeft tot nu toe 17.729 overleden COVID-19-patiënten geregistreerd, waarvan 15.820 tot en met februari 2021 (stand 22 juni).

Het RIVM ontvangt dagelijks meldingen van overleden COVID-19-patiënten vanuit de GGD’s. Omdat mogelijk niet alle mensen met COVID-19 zich laten testen, er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19 en de registratie soms wat langer duurt, zijn de werkelijke aantallen overleden COVID-19 patiënten in Nederland hoger.