Zoektocht naar nieuwe behandelmethode voorstadia baarmoederhalskanker

Het onderzoek van gynaecoloog Edith van Esch van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven naar een nieuwe behandeling bij patiënten met voorstadia van baarmoederhalskanker, krijgt een enorme boost.

ZonMw heeft Van Esch beloond met een van de vijf Klinische Fellowship subsidies. Met een beurs van 190.000 euro krijgt zij de kans om haar eigen wetenschappelijke onderzoekslijn op te zetten. “Een hele mooie stap om een nieuwe behandeling verder uit te werken.”, zegt Van Esch over haar toegekende subsidie.

Andere behandeling gewenst

Haar onderzoek richt zich op de behandeling van vrouwen met een voorstadium van baarmoederhalskanker, die worden veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV).

Jaarlijks worden er in Nederland meer dan 5.000 vrouwen met voorstadia van baarmoederhalskanker behandeld met een lisexcisie. Tijdens zo’n lisexcisie verwijdert de gynaecoloog een laagje van de baarmoedermond waar de onrustige cellen zijn gevonden. Dit gebeurt met een klein dun metalen lisje dat elektrisch wordt verhit. Nadat de onrustige cellen zijn weggehaald, ontwikkelen zich weer nieuwe, gezonde cellen op die plek.

Deze behandeling geeft een verhoogde kans op vroeggeboorte in een daarop volgende zwangerschap. Van Esch: ,,Met name in de groep jonge vrouwen in de vruchtbare levensfase is een andere vorm van behandeling gewenst.”

Voorspellen

Een alternatief is gevonden in de behandeling met een afweer stimulerende crème, imiquimod genaamd. Deze behandeling is echter niet voor iedereen effectief. ,,We onderzoeken of we vooraf kunnen voorspellen wie er wel en wie er niet reageert. Met die kennis kunnen we deze behandeling doelgericht inzetten, overbehandeling voorkomen en de effectiviteit van de behandeling vergroten in een geselecteerde groep,” aldus Van Esch.

Uit haar eerdere onderzoek, gesubsidieerd door het Catharina Onderzoeksfonds, bleek dat bepaalde vooraf aanwezige afweercellen inderdaad lijken te voorspellen welke patiënten wel of niet gaan reageren op deze vorm van behandeling.

Grotere patiëntengroep

,,Met de nieuwe onderzoekssubsidie kan ik deze bevindingen in een grotere patiëntengroep gaan onderzoeken. Hopelijk leidt dat later tot implementatie van deze voorspellende factoren in de dagelijkse praktijk.” Volgens Van Esch zou dat voor veel vrouwen een grote stap voorwaarts zijn. ,,Het geeft mogelijkheid tot patiëntenzorg op maat, een keuze voor de patiënt en een verbetering voor de patiëntenzorg in zijn geheel.”

Nauwe samenwerkingen

De studie wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het laboratorium van prof. Sjoerd van der Burg, Medische Oncologie in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), waar van Esch promoveerde. Daarnaast wordt samengewerkt met de afdelingen gynaecologe van het MUMC en het RadboudUMC waarmee het Catharina Ziekenhuis nauw samenwerkt op het gebied van de gynaecologische oncologie.

ZonMw wil met het Talentprogramma Klinische Fellows de werelden van kliniek en wetenschappelijk onderzoek met elkaar verbinden en versterken, om de patiëntenzorg te verbeteren door te investeren in ‘bruggenbouwers’, zoals gynaecoloog van Esch.